zondag 12 november 2017

Doolhof



Het is herfst. Alles verwelkt. Bladeren vallen van de bomen. Herfststormen teisteren het land. Het is kil, guur en triest. Vogels trekken niet voor niets massaal weg. Op de vlucht, naar een beter oord.

Het liefst blijf ik de hele dag in bed, met de gordijnen dicht. Dan ben ik ook niemand tot last. Want dat is wat ik ben: een lastpost en een mislukkeling. Het is mij niet vaak genoeg gezegd.
Ik wil absoluut niet alle vuile was buiten gaan hangen. Waar gehakt wordt, vallen nou eenmaal spaanders. En dan druk ik het nog netjes uit.
Was ik maar nooit geboren! Een gedachte die dagelijks wel een keer door mijn hoofd schiet. Een zinloze gedachte, want ik ben er nou eenmaal. Ik haal adem, mijn hart pompt mijn bloed met kracht door mijn aderen. Ik voel dat ik leef! Maar om nou te zeggen dat ik ervan geniet?
Ach, ik moet ook niet zielig lopen doen. Het is zoals het is, punt!
Iedere dag sleep ik mij opnieuw door de dag heen. Het is een gevecht tegen de klok, dat pas weer eindigt, wanneer ik goed en wel, met mijn ogen dicht, in bed lig. 
Opstaan is voor mij een verschrikking. Wat zal de dag nu weer gaan brengen. Meestal is dat niks, omdat ik ook niks onderneem. Hoe simpel kan het leven zijn.  
Doordat ik niks doe, pieker ik veel. Enorm veel. De godganse dag vraag ik mij af wat ik hier doe? Wat voor rampspoed er boven mijn hoofd hangt?  Hoe ga ik dood? Krijg ook ik kanker? Wat nou, als er een kernoorlog uitbreekt? En, is er echt een God die dit alles heeft bedacht? Laat staan het ook nog eens bestuurd? Of zie ik misschien achter iedere boom een beer?
Dat het niet zo goed met mij gaat, is denk ik wel duidelijk.
Tegen beter weten in slik ik medicijnen die mij, min of meer, op de rails moeten houden. Het nadeel van rails is, dat je maar beperkt bent in je bewegingsvrijheid. Een uitwijk manoeuvre zit er niet in.   
Voor mij geldt nagenoeg hetzelfde. De controle over mijn emoties wordt, zeg maar, bestuurd door alle antidepressiva die ik slik. Ik word ‘chemisch’ vrolijk gehouden. Lang leve de farmaceutische industrie. Ik ben aan de goden overgeleverd.
Ik heb nul vrienden. Nooit gehad, en geen behoefte aan ook, trouwens. Laat staan het hebben van een vriendin. Niemand die dat aandurft. Mijn leven lijkt net een grap, maar dan eentje zonder clou.
Tuurlijk, het leven bestaat uit keuzes maken. Sommige pakken goed uit, andere iets minder. That’s life!
Ik eet net genoeg om niet dood te gaan. Drink net teveel om dat wel te kunnen gaan. Ik weet ook dat dit geen goede combinatie is, met alle pillen die ik slik. But, who cares!
Ik ben verdwaald in een doolhof, waar de zon aan het ondergaan is. Langzaam wordt het duister. Ik sta met mijn rug tegen de muur.
Ik ben op de vlucht! Naar een beter oord…

 © taededraaftdoor 12- 11-2017

1 opmerking:

  1. Wow! Even heftig als mooi.. Een donkere plek, of je bent er geweest of je bent in het bezit van een enorm gevoel van empathie.

    BeantwoordenVerwijderen