vrijdag 13 april 2018

Rimpels


Hieperdepiep, hoeraa!
Vandaag is het weer zover. Er hangen weer slingers en ballonnen met confetti in huis. Dat betekent dat ik opnieuw een jaartje mag vergrijzen. En dat vergrijzen grijpt momenteel wel heel erg rap om zich heen. Het kent geen genade en er is geen ontsnappen aan. Uiteindelijk zullen de elementen dus toch overwinnen.
Nog even geduld en ik ben dichter bij de tachtig dan bij de twintig. De toekomst lacht mij toe, zullen we maar zeggen, want in de verte staat magere Hein al vrolijk te zwaaien met zijn zeis.
Maar als ik in de spiegel kijk, vergaat mij het lachen abrupt en raak ik volledig de kluts kwijt.
De oorzaak: rimpels met een hoofdletter R. Niet één of twee; volgens mijn dochtertje van vier zijn het er minstens zoveel als oma. Dieper kon Moa mij niet krenken. Sindsdien heb ik geen oogcontact meer gehad met mijn spiegelbeeld, en zeker niet met Moa, mijn dochtertje.  
Misschien moet ik het ook maar eerlijk opbiechten. Mijn nachtkastje puilt letterlijk uit met allerlei crèmepjes en zalfjes. De één tegen dit en de ander tegen dat, en het ene schijnt nog beter te zijn dan het andere. Ik geef kapitalen uit aan die rotzooi, maar het resultaat laat meer dan te wensen over.   
Mijn huisarts zag me laatst weer aankomen. Hij adviseerde ditmaal om eens modderbaden te gaan nemen. Op mijn vraag of dat ook echt hielp tegen rimpels, antwoordde hij: ‘Dat niet, maar dan kun je alvast wel aan de grond wennen.’ Zeker dokter, we houden de moed erin!
Een tijdje terug was de serie ‘Henrik Groen’ op tv. Zonder meer een leuke serie waar ik erg van heb genoten. Misschien kwam dat wel het meest omdat ik mij zo met de bewoners van het tehuis verbonden voelde. Vooral over hun beleving, om staande in het leven te blijven, terwijl je al met één been in het graf staat.  
Ik heb besloten mijn verjaardag dit keer niet te vieren. Ik kan het emotioneel gewoon even niet handelen. Daarom heb ik het op een lopen gezet. Ik ben gevlucht naar een waddeneiland waar ik stilletjes in alle eenzaamheid en alle rust kan wennen aan wat er mij de komende tijd boven het hoofd gaat hangen.
Niks geen taart, niks geen ballonnen of feest, niks van dat alles. Gewoon weg! In alle rust!
Onlangs las ik het volgende artikel in de krant:


‘Een medicijn tegen ouderdom is weer een stap dichterbij gekomen. Rotterdamse onderzoekers zijn er voor het eerst in geslaagd de last der jaren een beetje terúg te draaien. Na toediening van een nieuw ontwikkeld middel kregen snel verouderende muizen weer vol haar en gezondere nieren, en hadden ze opeens weer zin om meer in hun molentje te gaan hollen.’

Helaas mocht dit nieuwe middel nog niet aan mensen worden toegediend. Jammer, want het lijkt me heerlijk om ook weer met vol haar en zonder rimpels in het molentje van het leven te kunnen gaan rondhollen.  

© taededraaftdoor 14- 04-2018

zaterdag 30 december 2017

De tovenaar



Ergens… heel ver hier vandaan… aan de rand van een eeuwenoud bos, stond een vervallen landhuis, met scheuren in de muren, lekke dakgoten en mos dat op de verrotte kozijnen groeide.
Hier woonde Gargamel. Althans, zo werd hij genoemd door de mensen uit het dorp. Niemand wist zijn echte naam of waar hij vandaan kwam. Op een dag was hij er komen wonen, zomaar vanuit het niets.  
Afgezonderd van alle hectiek, sleet hij zijn dagen in eenzaamheid met het stoken van whisky en met het maken van schilderijen; een expressie van zijn gevoelens, het had verder allemaal niet zo heel veel om de hakken.
Gargamel was opgegroeid in een tijd dat je de achterdeur nog gewoon los kon laten; dat mensen elkaar een welgemeend goedendag toewensten; zich nog om elkaar bekommerden; waarin normen en waarden nog echt iets betekenden. Ach, het was allemaal vergane glorie in deze hopeloze, ranzige, misselijkmakende wereld.
Gargamel was nooit getrouwd geweest. Om de doodeenvoudige reden dat een vrouw alleen maar ongelukkig zou worden. Hij had het wel eens geprobeerd, maar de liefde was gewoon niet voor hem weggelegd. Het was goed zoals het was.
Als een nomade was hij de halve wereld rondgetrokken. Hij had de zon talloze keren onder zien gaan, had alles gedaan wat God had verboden, en uiteindelijk was hij hier dan terecht gekomen; een idyllische plek! om te wachten tot de tijd hem op een dag zou gaan inhalen. Het wou alleen nog niet zo vlotten. Hij vroeg zich wel eens af of de grote baas hem niet per ongeluk was vergeten.
In de tussentijd dronk hij een fles whisky per dag, waarna hij tegen het vallen van de avond zijn penseel ter hand nam. Het witte doek veranderde iedere keer weer  opnieuw in een kleurenpalet dat je zintuigen volledig betoverde. Alsof je hallucineerde. Je wist niet wat je overkwam.
Op een dag klopte er een verdwaalde toerist bij hem aan. Bij het zien van al de schilderijen raakte deze totaal overstuur. Uren achtereen zat hij te huilen. Hij biechtte al zijn zonden op waarna hij als een herboren wereldverbeteraar weer huiswaarts keerde.
Al snel ging dit als een lopend vuurtje rond. Van heinde en verre kwamen mensen aan zijn deur. Jong en oud, rijk en arm, groot en klein. Zijn huis werd een soort van bedevaartsoord. De één was verwonderd, een ander sprakeloos, sommigen waren totaal buiten zinnen. Kinderen begonnen spontaan te huilen terwijl ouderen volledig doordraaiden.
Zijn werk werd bestempeld als: meesterlijk, volmaakt, magisch, adembenemend, niet te omvatten en sensationeel. De kranten stonden er bol van.
Zelfs psychologen en professoren bogen zich over dit fenomeen. Hier werd getoverd met kleuren zoals in de gehele mensheid nog nooit eerder was gedaan. Over één ding waren de geleerden het volmondig eens: Bij het zien van zoveel kleuren gebeurde er iets in je hersenen waardoor je je voor een lange periode extreem gelukkig voelde. Een soort van drug, maar dan vele malen sterker en intenser. Was dit misschien de nieuwe weg naar wereldvrede? Het leek er wel op.

Op een dag was Gargamel met de noorderzon vertrokken. Zomaar, zonder aanleiding en zonder een vaarwel. Al zijn schilderijen waren eveneens verdwenen. Op één na. In zijn werkkamer hing zijn allerlaatste werk. Het was een afgrijselijk doek vol gruwelijke duivels en demonen. Zo realistisch, dat je haren er recht van overeind gingen staan. Zonder achterom te kijken verlieten mensen deze onheilspellende plek. Rennend en schreeuwend, alsof hun leven er vanaf hing. Alle prachtige illusies leken in rook op te zijn gegaan. Langzaam werd alles weer zoals het was en ging alles weer gewoon z’n gangetje.
In de rechter benedenhoek stond zijn naam:

Gargamel, de tovenaar!

© taededraaftdoor 30- 12-2017